Het ontstaan van de Parson Russell Terrier

 

John Russell (1795-1883) werd op 12 december 1795 geboren in Darthmouth, South Devon. In het jaar 1814 werd John Russell, die in het dagelijks leven Jack werd genoemd, toegelaten op het "Exeter College" in Oxford, waar hij als student in 1819 zijn eerste hond van een melkman kocht.

Deze teef Trump is de grondlegger geweest voor John Russells eigen werklijn terriers. Deze terriers moesten voldoen aan de specifieke werkeigenschappen die hij stelde:

  • de hond moest mee kunnen lopen in de meute,
  • goed op de vos te gebruiken zijn en
  • het wild aanblaffen en uit de holen jagen zonder het wild te doden.

Eind 1800 werden de terriers ook buiten de jagerij populair en dat leidde al snel tot veranderingen in het uiterlijk van de honden. John Russell en vele andere 'werkende'-terrier mensen waren hier sterk tegen gekant en bleven de terriers op eigen wijze fokken en selecteren, namelijk op werklust en karakter. Uit deze 'working terriers' ontstond onder andere de Parson Russell Terrier die in 1990 erkenning kreeg.

Vanaf eind 1800 zijn deze 'Parson Russell Terriers' vrijwel uitsluitend door jagers gefokt. Deze zijn dan ook verantwoordelijk voor het ontstaan van onze hedendaagse twee variëteiten met elk hun eigen doel, namelijk:

  • de 'normaalbenige' Parson Russell Terrier, die moet kunnen meelopen in de meute en
  • de 'kortbenige' Jack Russell Terrier die gedragen kan worden in een zadeltas of voorop het paard gezet kan worden.

De feiten

Doordat de hedendaagse Parson Russell Terrier nog steeds dicht bij het oorspronkelijke type staan en ons ras vooral op werklust, karakter en goede gezondheid gefokt is, kennen wij nu nog niet veel karakter- en gezondheidsproblemen. De Parson Russell Terrier is een prachtig bezit als hij/zij bij u past.

Overweeg bij uw keuze z'n geweldige temperament. Door zijn eigenzinnig, moedig karakter, nodig voor het zelfstandig werken onder de grond, is de Russell voor geen kleintje vervaard.

Mensen die alleen op het leuke uiterlijk afgaan, voelen zich dan ook wel eens bedrogen uitkomen als blijkt dat het hondje geïnteresseerd is in hele andere zaken dan op schoot zitten (hoewel elke Russell dat ook graag doet).

De Russell is en blijft een werkhond en hoewel natuurlijk niet elke Russell kan jagen, is het goed mogelijk ander 'werk' voor hem te zoeken, zoals bijvoorbeeld behendigheid, flyball, races, enzovoorts. Een hond met deze mate van werklust en intelligentie zal zich stierlijk vervelen als hij daar niets mee kan doen.

Al met al reden genoeg om voor aanschaf eerst goed rond te kijken en na te denken. De meeste kans op een gezonde hond heeft u als u een fokker uitzoekt die aan zichzelf strenge eisen stelt, waarmee deze fokker de gezondheid van het ras en van uw pup hoog in het vaandel heeft. Het is aan te raden meerdere adressen te bezoeken en een pup uit te zoeken bij een fokker die de pups goed laat socialiseren. Leest u ook op deze website de informatie over broodfokkers en let goed op als u bij een fokker op bezoek gaat!

Ook een bezoek aan een van de vele evenementen van de Werkende Terrier is uitstekend voor uw beeldvorming.

Het uiterlijk

De Parson Russell Terrier behoort wit of overwegend wit met tan, lemon, zwart of driekleurige aftekeningen te zijn. Bij voorkeur met aftekeningen op het hoofd en bij de staartaanzet. Het hoofd moet wigvormig zijn met sterk gespierde kaken, perfect scharend gebit en kleine V-vormige oren die naar voren vallen.

Er zijn twee vachttypes: glad- en ruwharig. Alles wat niet glad is, is ruw. Het belangrijkste is dat de vacht van nature stug en dicht is en het lichaam goed kan beschermen tegen alle weersomstandigheden tijdens de jacht. De Parson moet gemakkelijk te omspannen zijn met beide handen van gemiddelde grootte (net achter de schouders van de hond). Met een te grote borstomvang kan de hond beklemd komen te zitten in een nauwe vossenpijp.

Ideale hoogte voor de Parson is 33 cm voor de teven en 35 cm voor de reuen.

De erkenning

De Parson Jack Russell Terrier is in 1990 erkend in Engeland (het land van herkomst) en in juli van dat jaar erkende de F.C.I. de Parson Jack Russell Terrier wereldwijd. Omdat vaak de Parson Jack Russell Terrier en de Jack Russell Terrier op een grote hoop werden gegooid, terwijl het eigenlijk twee aparte rassen zijn, heeft de F.C.I. in juni 2001 bepaald dat de naam voortaan Parson Russell Terrier moest zijn.

De registratie

De Raad van Beheer heeft sinds mei 1987 een 'voorlopig register' (afstammingsbewijs) voor de Parson Russell Terrier opengesteld waarin de Parson Russell Terrier geregistreerd kon worden. In het N.H.S.B. komt de Parson Russell Terrier voor met een bijlage G-0 stamboom. Na de derde generatie bijlagen komt men in aanmerking voor een 'volledige' N.H.S.B. stamboom. Inmiddels zijn er al vele pups in de vierde generatie en dus met een 'volledige' stamboom.